Uitbetaling vakantiedagen

2051

Uitbetaling vakantiedagen

Afgelopen zomer heb ik een luie vakantie doorgebracht op het zonnige eiland Tenerife.
Ik ben daar erg druk geweest met niets doen! Dat begon met elke ochtend uitgebreid een Nederlandse krant te lezen. Daarin viel mij op de polariserende discussie in de media over het al dan niet uitbetalen van vakantiedagen.

Juridische begrippen

Alle relevante juridische begrippen passeerden de revue. Wettelijke vakantiedagen, bovenwettelijke vakantiedagen, het verbod om uit te betalen, het doorschuiven van vakantierechten naar een volgend jaar, afspraken in de CAO voor de uitbetaling van bovenwettelijke vakantiedagen, het steeds duurder worden van het uitbetalen, het bijzonder tarief bij uitbetaling, verlofstuwmeren, de verlofstuwmeren vermelden op de balans als verplichting, vakantiedagen gecombineerd met ADV en seniorenverlof, etc.

Praktische benadering

Voor wat betreft dit onderwerp ben ik voor een praktische benadering met in het achterhoofd de bedoeling van de vakantiedagen. Toen het recht op vakantie werd opgenomen in het Burgerlijk Wetboek, stond in de Memorie van Toelichting vermeld dat: ’Den arbeider betaald in staat moest worden gesteld krachten te verzamelen om na zijn vakantie het werk weer goed te kunnen verrichten voor de werkgever’.

Mijn praktische aanpak ziet er als volgt uit:

  1. Aan het begin van een kalenderjaar neemt de werkgever het initiatief om de conceptplanning te maken van het opnemen van alle vakantiedagen voor dat jaar
  2. De werkgever maakt de vakantiejaarplanning definitief
  3. Uitvoering van de vakantiejaarplanning en monitoring per maand door de leidinggevenden.
  4. Aan het eind van het jaar de ’balans opmaken‘ en bij eventuele nog uitstaande vakantiedagen gelijk afspraken maken met de medewerkers wanneer ze opgenomen worden.

In bovengenoemde 4 stappen is alles erop gericht dat de vakantiedagen van enig jaar in dat jaar worden opgenomen.

Tot slot:
Dat uitbetaling onaantrekkelijk is in verband met het bijzonder tarief ligt niet aan een werkgever maar aan het Ministerie van Financiën, daarin moet een werkgever duidelijk zijn naar zijn werknemers.

Wat mij betreft moet het uitgangspunt blijven: Vakantiedagen opnemen, want daar zijn ze voor bedoeld!

Henk Boswinkel, Boswinkel & Partners
Senior Partner


Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.